Laden Evenementen
Dit event is voorbij.

Tickets

Tickets are not available as this event has passed.

DNA is een stof in onze cellen, die onze erfelijke eigenschappen codeert. Deze code zijn wij de laatste jaren steeds beter gaan begrijpen. Die code vertelt ons bijvoorbeeld hoe de evolutie mogelijk heeft plaatsgevonden, hoe erfelijke ziekten en kanker ontstaan, en waar wij vandaan komen. DNA kan ons ook vertellen wie op de plaats van een misdrijf was, of wie de vader is van een kind. Toen de bijna volledige code van de mens, die uit ongeveer 3 miljard “letters” bestaat, werd gepresenteerd, zei Francis Collins, de coördinator van dit immense project: “We hebben de taal van God ontcijferd”. Kennelijk hoeven geloof en wetenschap elkaar niet uit te sluiten. Mijn vader zei altijd: “Evolutie beschrijft hoe de schepping heeft plaatsgevonden.”

                     

Gerard Pals (1948) is biochemicus, gepromoveerd in de moleculaire genetica en was onderzoeker en hoofd van het laboratorium voor DNA en eiwitdiagnostiek van het VUmc, Amsterdam. Hij was daarnaast gasthoogleraar aan Wayne State University, USA. Nu is hij gasthoogleraar genetica aan de Gadjah Mada universiteit in Yogyakarta, Indonesië en betrokken bij het opzetten van laboratoria voor het testen van erfelijke ziekten in Indonesië. Aan het VUmc begeleidt Pals het onderzoek aan erfelijke ziekten, met name breekbare botten (osteoporose, osteogenesis imperfecta) en aorta aneurysma’s

Uitgebreide tekst:

 

DNA is een stof in onze cellen, die onze erfelijke eigenschappen codeert. Deze code zijn wij de laatste jaren steeds beter gaan begrijpen. Toen de bijna volledige code van de mens, die uit ongeveer 6 miljard “letters” bestaat, werd gepresenteerd, zei Francis Collins, de coördinator van dit immense project: “We hebben de taal van God ontcijferd”. In zijn boek  The Language of God: A Scientist Presents Evidence for Belief – Een wetenschapper presenteert bewijs voor het geloof (2006) werd een bestseller. Collins, een Amerikaanse arts-geneticus, werd bekend vanwege zijn historische ontdekkingen van ziektegenen en zijn leiderschap in het Human Genome Project (HGP). In het boek beschreef Collins kort het proces waarmee hij van atheïst geleidelijk aan een christen werd. Collins brengt in zijn boek argumenten naar voren over het concept van God, vanuit biologie, astrofysica, psychologie en andere disciplines. Hij citeert vele beroemde denkers, meestal C. S. Lewis, evenals Saint Augustine, Stephen Hawking, Charles Darwin, Theodosius Dobzhansky en anderen.

Calvijn was al in de 16e eeuw van mening dat twee boeken bestudeerd moeten worden; de Bijbel en het Boek van de Natuur. Willem van Oranje stichtte de universiteit van Leiden die een enorme impuls voor de ontwikkeling van de wetenschappen betekende. In de 17e eeuw berekende de geleerde anglicaanse aartsbisschop James Ussher op grond van bijbelse geschriften dat de wereld 4004 voor Christus op 22 oktober geschapen zijn. Een positie die geleidelijk onhoudbaar werd omdat steeds wetenschappelijke feiten aantoonden dat de bijbel inaccuraat was op vele punten. De Nederlandse filosoof Benedictus de Spinoza, die slechte ervaringen vanwege zijn verbanning uit de joodse gemeenschap en opsluiting van zijn leerlingen in het rasphuis, schreef in zijn Tractatus Theologico Politicus (1670): “Aangezien de denkwijzen van mensen verschillen, zodanig dat sommigen gemakkelijker dan anderen de een of andere vorm van geloof omarmen, want wat de een leidt tot gebed kan de ander tot spotternij leiden, concludeer ik, dat iedereen vrij zou moeten zijn om voor zichzelf de basis van zijn overtuiging te kiezen, en dat geloof alleen zou moeten worden beoordeeld op de vruchten die het voortbrengt.”

In de 19e eeuw gaf Charles Darwin nog ruiterlijk toe dat hij geen ‘snars begreep van de mechanismen van overerving’. De  biologen Thomas Oudman en Theunis Piersma verzetten zich in hun boek ‘De ontsnapping van de Natuur’ (2018) tegen de gemakzuchtige overtuiging dat ‘al onze eigenschappen ‘‘opgetekend” zouden zijn in het DNA’. Zij  bepleiten nieuwe kennis over de natuur die voortkomt uit verwondering over de voortdurende wisselwerking tussen levende wezens die hun omgeving beïnvloeden en de omgeving die levende wezens beïnvloedt. Gerard Pals stelde zich ook na zijn pensionering dienstbaar op om in Indonesië de volksgezondheid te helpen bevorderen. Hij constateert dat in dat land de toenemende invloed van de dominante religie een intolerante houding heeft veroorzaakt bij politici. Pals is lidmaat van de PKN in Naarden en is van mening dat het onderlinge begrip en samenwerking tussen gelovige en ongelovige wetenschappers goed mogelijk is omdat beiden inspiratie opdoen uit het boek van de natuur.

Professor dr. Gerard Pals (1948) studeerde biochemie in Utrecht en promoveerde in de genetica aan de Vrije Universiteit in Amsterdam (1986). Hij heeft uitgebreide internationale ervaring vanwege zijn functie als professor in moleculaire genetica aan de Wayne State University en als adviserend wetenschapper bij Henry Ford Hospital (beide in Detroit, Michigan, VS). Hij heeft samengewerkt met verschillende industriële bedrijven. GP is verantwoordelijk geweest voor de oprichting in 1989 van DNA- en eiwitdiagnostiek in het AZVU Universitair ziekenhuis (nu medisch centrum van de VU). In 1997 werd de divisie DNA en eiwitdiagnostiek formeel opgericht met Gerard Pals als hoofd van het laboratorium. Dit lab is een nationaal en internationaal referentiecentrum voor diagnostiek en onderzoek naar erfelijke vatbaarheid voor kanker, bindweefselaandoeningen, longaandoeningen en andere erfelijke aandoeningen. Van 2007 tot zijn pensionering in 2016 was Gerard Pals hoofd van het Centre for Connective Tissue research (CCT). Hij is nog steeds actief betrokken bij onderzoek en begeleiding van MSC- en PhD-studenten. Huidig ​​onderzoek is gericht op Osteogenesis imperfecta / Osteoporose, aorta-aneurysma’s en primaire ciliaire dyskinesie. Pals publiceerde 257 peer-reviewed artikelen, met een H-index van 44. Pals is nu gasthoogleraar genetica aan de Gadjah Mada universiteit in Yogyakarta, Indonesië en betrokken bij het opzetten van laboratoria voor het testen van erfelijke ziekten met name breekbare botten (osteoporose, oste- ogenesis imperfecta) en aorta aneurysma’s.