Laden Evenementen

Aantal reserveringen

135 beschikbaar
Reservering Rusland: Duivels en Serafijnen, een verkenning van de Russische Literatuur6.00

Vul alstublieft alle verplichte velden in

Natuurlijk veracht ik mijn vaderland, van top tot teen …
Alexandr Poesjkin (1826)

Nee, niet onder vreemde vleugels leven,
Onder een vreemd zwerk, op vreemde grond,-
Ik ben destijds bij mijn volk gebleven,
Daar waar zich mijn volk, helaas, bevond.
Anna Achmatova (1961)

Met het doel bij te dragen aan een beter begrip van de Russische literatuur beginnen we met een korte beschouwing over de Russische ziel. Daarbij gebruik ik de karakterisering van de Rus zoals deze door Hans Boland wordt omschreven in zijn boekje Mijn Russische ziel (2015). Volgens hem kan extremisme als fundament van de Russische ziel worden geoormerkt. De Rus wordt heen en weer geslingerd tussen polaire krachten: hij laveert tussen halve heiligen en wreedaardig gespuis, verovert de wereld met niets ontziend geweld of trekt zich argwanend in zichzelf terug, schept bovenaardse schoonheid of vernietigt op een verbijsterende schaal. Nooit houdt hij maat en nooit verlangt hij naar maat.
Met deze karakterisering van de Russische ziel gaan we op zoek naar de Duivels en Serafijnen in de Russische literatuur. Dan ontmoeten we o.a. Dostojevski (1821-1881) met zijn roman Duivels, Gogol (1809-1852) met Dode zielen, Pisemski (1821-1881) met Duizend zielen, Saltykow (1826-1889) met De familie Golovljov, Sjalamov (1907-1982) met De handschoen, nagekomen berichten uit Kolyma, Ajtmatov (1928-2008) met De bonte hond die langs de zee loopt, Poesjkin (1799-1837) met Jevgeni Onegin, Lermontov (1814-1841) met De held van onze tijd, Achmatova (1889-1966) met haar gedicht Requiem en Zosjtsjenko (1895-1958) met Vertel mij wat, kameraad.
Christien Sepers (dochter van de spreker en professioneel toneelspeelster) leest een aantal passages voor uit enkele boeken, die deze avond aan de orde komen.

Antonie B.J. Sepers (1946) studeerde Biologie aan de Rijksuniversiteit
Groningen en promoveerde daar op een microbiologisch onderzoek.
Vervolgens werd hij directeur van achtereenvolgens het Rijksinstituut
voor Natuurbeheer te Arnhem en het Instituut voor Bos- en
Natuuronderzoek te Wageningen. Na beëindiging van zijn
professionele werkzaamheden vervulde hij bestuursfuncties
bij verschillende organisaties (o.a.voorzitter
Parkstraatgemeente te Arnhem en penningmeester van
de Vereniging van Vrijzinnige Protestanten in Nederland).
Gedurende zijn gehele carrière en daarna verdiepte hij
zich in de Russische literatuur