Laden Evenementen
Dit event is voorbij.

Tickets

Tickets are not available as this event has passed.

Samenvatting (verslag volgt hieronder)

Dit jaar gedenken we de Synode van Dordrecht die 400 jaar geleden plaatsvond en een document heeft opgeleverd, dat tot op de dag van vandaag een belijdenisgeschrift is van de Protestantse Kerk in Nederland. Deze Dordtse Leerregels gaan vooral over (uit)verkiezing.

Volgens Gereformeerden toen en nu is dit de rotsbodem van ons geloof. Voor Remonstranten en andere vrijzinnigen echter maakte dit idee van verkiezing mensen tot marionetten. In 1619 werden alle remonstrantse predikanten door de Synode van het predikanten ambt uitgesloten. Als God Jacob verkiest en Ezau niet, zoals de bijbel zegt, ligt daarmee het lot van beide broers niet vast? Ligt hun lot dan niet voor eeuwig vast en is daar mee niet hun eindbestemming in hemel of hel gegeven? Of gaat het hierbij om twee verschillende dingen: de verkiezing van mensen in de tijd en de verkiezing van mensen tot eeuwig leven?

Toch is er een verband: als je behoort tot de verkorenen, tot het volk van God, dan behoor je tot ‘de gemeenschap van geredden’. Niet verkoren is verloren, zo lijkt het. Bij de kerk horen is misschien ernstiger dan we dachten. Deze lezing behandelt éen van de meest gevoelige thema’s uit de protestantse traditie, die raakt aan de zenuw van ons Westerse ideaal: de vrijheid, de zelfbepaling van mensen.

Prof. Dr. Nico den Bok studeerde theologie in Utrecht. Hij was hoogleraar systematische theologie aan de PThU (Kampen) en sinds 2013 aan de ETF (Leuven). Hij was predikant in verschillende plaatsen, op dit moment in Bussum in de Verlosserkerk

Een Verslag van de lezing

Voorzitter Wim Dooge gaf in zijn openingswoord nogmaals uitleg over de naamsverandering ‘Zinspiratie’ na bijna 40 jaar CCIV lezingen. Nico de Bok, professor theologie en dominee van de Verlosserkerk in Bussum, sprak daarna vijf kwartier zonder onderbreking over het onderwerp 400 jaar Dordtse Leefregels, dat was aangekondigd onder de titel ‘Mens of Marionet’. Een reactie op de Bok’s stelling dat de Statenvertaling de Nederlands taal gefundeerd zou hebben, werd door de spreker doorverwezen voor de discussie na de pauze. [In de CCIV openingslezing 4 oktober 2018 werd door dr. Dirk Jan de Kooter zijn promotieonderzoek toegelicht waarin deze stelling weerlegd werd. Prof. de Bok stelde dat Dordtse Synode ook voor de Engelse protestanten maatgevend zou zijn geweest.]

       De NGB als rotsbodem van ons geloof

Het betoog, dat aan een vurige preek deed denken, ging over de ‘uitverkiezing’. Om dicht bij de Heilige Vader te komen moeten wij zelf eerst heilig worden, aldus de Bok. Op Deuteronomium, de leer van Luther, Calvijn en Gijsbert Voet (Voetius) werd het betoog grotendeels gebaseerd. De theologische verschillen in uitleg van de bijbel door tussen Franciscus Gomarus (1563-1641) en Jacobus Arminius (1560-1609) kwamen pas later aan bod, maar waren het beoogde doel van de lezing. Gijsbert Voet (1589-1676) opgegroeid in een Oranjegezind gezin en leerling van Gomarus, verzette zich als deelnemer van de Dordtse Synode (1618-16190 hevig tegen de opvattingen van de Arminianen.

 

De Synode van Dordrecht was een door de Nederduits Gereformeerde Kerk belegde kerkvergadering die van 13 november 1618 tot 29 mei 1619 duurde en uit 180 zittingen bestond. De synode kwam in opdracht van de Staten-Generaal in Dordrecht, de oudste stad van Holland, bijeen om te proberen een eind te maken aan de godsdienstige controverse in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden tussen remonstranten (Arminianen) en contraremonstranten (Gomaristen), een conflict dat zich in voorafgaande jaren tot een splijtzwam in de Nederlandse maatschappij en politiek had ontwikkeld. De remonstranten en contraremonstranten waren het vooral oneens over de predestinatieleer, maar ook over de betekenis van de belijdenis en de kerkorde.

 

Voorzitter van de synode was dominee Johannes Bogerman uit Leeuwarden, een tegenstander van de remonstranten en een orangist. De remonstranten werden niet als gelijkwaardige partij, maar als beklaagden opgeroepen. Simon Episcopius (1583-1643) was de woordvoerder van de 14 remonstranten, die vóór de synode waren opgeroepen. Bij de opening van de synode vroeg Episcopius om te mogen spreken. De afgevaardigden aan de synode waren 37 predikanten, 19 ouderlingen, 5 professoren in de theologie van universiteiten uit de Republiek, 18 commissarissen-politiek van de Staten uit de diverse gewesten en 25 waarnemers van buiten de Republiek (uit Engeland, Duitsland en Zwitserland). Allen hadden stemrecht. Veruit de meeste afgevaardigden hingen de leer van de contraremonstranten aan. De aanwezige remonstranten waren geen volwaardige deelnemers, maar gedaagden.  Op 14 januari 1619 werden de remonstranten uitgesloten van de beraadslagingen van de synode, die vervolgens de contraremonstranten gelijk gaf. Tweehonderd Remonstrantse predikanten werden uit het ambt gezet, waarop deze in Antwerpen de “Remonstrantse Broederschap” oprichtten.

 

De Gereformeerden verwierpen de vrije wil van de mens, en legden hun opvattingen over de predestinatie vast in de Dordtse Leerregels, waarin de standpunten tegen de remonstranten worden weergegeven in vijf punten. De Dordtse Leerregels vormen een van de drie belijdenisgeschriften van de Nederlandse Hervormde en Gereformeerde kerken in Nederland, de Drie Formulieren van Enigheid. De andere twee zijn de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Heidelbergse Catechismus. De synode veroordeelde de religieuze doctrine van het Arminianisme als ketterij. Enkele honderden remonstrantse predikanten werden uit de Republiek verbannen. Johan van Oldenbarnevelt, de tot dan machtigste politicus van de Republiek en sympathiserend met de remonstranten, werd twee maanden vooraf aan de synode gearresteerd en vlak voor het einde ervan onthoofd. De rechtsgeleerde Hugo de Groot werd op dezelfde dag gearresteerd en kreeg een levenslange gevangenisstraf, maar wist uiteindelijk in een boekenkist te ontsnappen.  Als een van de belangrijkste besluiten van de synode wordt het verstrekken van een opdracht beschouwd om een zo getrouw mogelijke vertaling van de Bijbel uit te geven. Dit resulteerde in de uitgave van de Statenbijbel. De uitkomst van de synode leidde direct tot de oprichting van de Remonstrantse Broederschap. De Synode van Dordrecht was de eerste internationale protestantse kerkvergadering en de enige gedurende het ancien régime.

 

De zittingen vonden plaats in een bovenzaal van de Kloveniersdoelen. Er werd bijna iedere dag vergaderd. De voertaal was Latijn. 

 

De Nederlandse Geloofs Belijdenis (NBG) is volgens de Bok helder als glas. Wie niet kan of wil geloven, zal niet het eeuwige leven hebben. Een zaak van leven en dood  zoals verwoord in Deuteronomium 30. Het verschil in opvattingen tussen Gereformeerden en Remonstranten was eigenlijk welbeschouwd niet eens zo groot, maar vanwege maatschappelijke en politieke onrust wilde men tijdens de synode de eenheid herstellen. De Remonstranten kwamen veelal uit de kring van de regenten, de rijke stadsbewoners. De Gereformeerden waren vooral afkomstig uit de oranje gezinde ‘kleine luiden’. Voetius was een fel tegenstander van Descartes en Spinoza. Het humanisme van o.a. Erasmus was een christelijke aangelegenheid, maar Luther, Calvijn Beza en Voetius de wegbereiders en de Dortse Regels de rotsbodem van ons geloof. Nico de Bok riep af en toe “Oeff! “ na teksten over niet uitverkorenen, die soms best heftig waren. Bij de vragen na de pauze kwamen ook best heftige antwoorden. De Romeinen maakten het christendom tot staatsreligie in 353 AD en verboden alle andere godsdiensten te vuur en te zwaard en leden daarmee de grondslag voor de inquisitie. Was de tekst Mattheus 27:25: “Zijn bloed kome over ons en ons nageslacht” de val van Jeruzalem 70 AD geen self fulfilling prophecy? Zijn de uitsluiting uit de gilden, het anti semitisme van Luther, die van de Joden een verguisde minderheid en zondebok maakte, niet de voorstadia van pogroms en de Shoah?

 

Wat Israël, de joden is overkomen van de Babylonische ballingschap tot en met de Shoah zou volgens orthodoxe gelovigen zowel in het huidige Israël als bij Gereformeerden het gevolg zijn van niet luisteren naar de HEERE. zie Deut. 30:16 t/m 20. Dat het binnenvallen in Kanaän onder leiding van Jozua een invasie genoemd werd en genocide, diskwalificeerde de Bok als seculiere terminologie. De bijbelse woorden  ‘met de ban slaan’ in het hoofdstuk Jozua dat ook wel de landname wordt genoemd, zou begrepen moeten worden als ‘verdrijven’ en wie zich verzet tegen het woord van de HEERE wordt gedood. Zie Jozua I 21 t/m 24.

 

We zijn als uitverkoren gelovigen wel verplicht de Boodschap over te brengen aan onze kinderen en alle mensen op aarde, daarna is het in Gods hand. Doordat God via Abraham en Jacob, Israël verkoos, zouden uiteindelijk via Saul en David en Christus zijn wetten tot ons hier in het westen komen. Anders dan het Nederlands Bijbelgenootschap die het evangelie van Johannes ± 100 na Christus dateert, is de Bok de mening toegedaan dat het om de jongeling Johannes gaat die met de drie Maria’s aan het kruis heeft gestaan. Hadden mensen in China, India, Amerika, Afrika, Indonesië en Australië een achterstand in de tijd; het geloof wordt niet overgebracht via de bloedband van Israel. Allen krijgen de kans om het Eeuwig Leven te verwerven door Geloof. De Bok verwijst naar Mattheus 22, de gelijkenis van de koninklijke bruiloft; velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren. Het fundament moet tegen louterend vuur bestand zijn zoals een stenen huis. Als iemand een zondig leven lijdt en zich in het zicht van de naderende dood bekeert is dat geen garantie. Als er al aan het begin sprake is van scheefgroei kan dat later na vele jaren niet zomaar worden rechtgezet door vergeving van zonden. Secularisatie en vrijzinnigheid bedreigen ook de PKN volgens de Bok. Hij beveelt tot slot het recente boek aan van Gijsbert van den Brink, professor theologie aan de VU, dat de titel heeft ‘En de Aarde bracht voort’ en zijn lezing op 27 februari over het boek God in de Koran van Jack Miles

 

Verslag Hans Roelofsen

Secretaris  CCIV ‘Zinspiratie’

 

Bijlagen

 

Recensie  ‘En de Aarde bracht voort’ Dr. Taede A. Smedes

De biologische evolutietheorie en orthodox-christelijk gelovigen hebben veelal een moeizame verhouding tot elkaar. Dit boek van de theoloog Gijsbert van den Brink (hoogleraar Theologie & Wetenschap aan de VU) is een verademing. De auteur is een vooraanstaande theoloog binnen de Gereformeerde Bond van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) en biedt een genuanceerde constructieve benadering. Hij heeft zich goed in de evolutietheorie verdiept en laat helder zien waar de problemen zitten en hoe je die theologisch kunt benaderen. Het lijden, de historische zondeval en natuurlijke selectie en Gods voorzienigheid blijken de grootste struikelblokken voor acceptatie van evolutie. Het boek heeft binnen orthodox-christelijk Nederland al tot felle discussies geleid. Toch zal Van den Brinks voorwaardelijke acceptatie van de evolutietheorie en zijn vasthouden aan een historische lezing van de zondeval bij liberale gelovigen (en natuurwetenschappers) wellicht wenkbrauwen doen fronsen. Een stevige portie theologie voor doorzetters, maar niettemin een van de beste boeken, want genuanceerd en constructief, over geloof en evolutie van de afgelopen tien jaar.

 

 

 

Herziene Statenvertaling

Deuteronomium 30 https://herzienestatenvertaling.nl/teksten/deuteronomium/30

16 Want ik gebied u heden de HEERE, uw God, lief te hebben, in Zijn wegen te gaan en Zijn geboden, Zijn verordeningen en Zijn bepalingen in acht te nemen. Dan zult u leven en talrijk worden, en zal de HEERE, uw God, u zegenen in het land waar u naartoe gaat om het in bezit te nemen. 17 Maar als uw hart zich afkeert en u niet luistert, en u zich laat verleiden om u voor andere goden neer te buigen en die te dienen, 18 dan verkondig ik u heden dat u zeker zult omkomen; u zult uw dagen niet verlengen in het land waarvoor u de Jordaan oversteekt om er te komen en het in bezit te nemen.19 Ik roep heden de hemel en de aarde tot getuigen tegen u: het leven en de dood heb ik u voorgehouden, de zegen en de vloek! Kies dan het leven, opdat u leeft, u en uw nageslacht, 20 door de HEERE, uw God, lief te hebben, Zijn stem te gehoorzamen en u aan Hem vast te houden – want Hij is uw leven en de verlenging van uw dagen – om te blijven in het land dat de HEERE uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft hun te geven.

 

Jozua I https://herzienestatenvertaling.nl/teksten/jozua/1
21 En zij sloegen alles wat in de stad was, met de ban, met de scherpte van het zwaard, van de man tot de vrouw toe, van het kind tot de oude, en tot het rund, het schaap en de ezel toe. 22 En Jozua zei tegen de twee mannen, de verkenners van het land: Ga het huis van die vrouw, die hoer, binnen en breng de vrouw vandaar naar buiten, met alles wat van haar is, zoals u haar gezworen hebt. 23 Toen gingen de jongemannen, de verkenners, naar binnen en brachten Rachab naar buiten, met haar vader, haar moeder, haar broers, en alles wat van haar was. Ook brachten zij al haar familieleden naar buiten en zij lieten hen buiten het kamp van Israël verblijven. 24 De stad verbrandden zij met vuur, met alles wat daarin was. Alleen het zilver en het goud en de koperen en ijzeren voorwerpen legden zij bij de schat van het huis van de HEERE.

 

Mattheus 22 De koninklijke bruiloft https://herzienestatenvertaling.nl/teksten/mattheüs/22
1 En Jezus antwoordde en sprak opnieuw tot hen door gelijkenissen, en zei: 2 Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een zeker koning die voor zijn zoon een bruiloft bereid had, 3 en hij stuurde zijn dienaren eropuit om de genodigden voor de bruiloft te roepen. Maar zij wilden niet komen. 4 Opnieuw stuurde hij dienaren eropuit, andere, en hij zei: Zeg tegen de genodigden: Zie, ik heb mijn middagmaal gereedgemaakt; mijn ossen en de gemeste dieren zijn geslacht, en alle dingen zijn gereed. Kom naar de bruiloft. 5 Maar zij sloegen er geen acht op en gingen weg, de één naar zijn akker, de ander naar zijn zaken. 6 En de anderen grepen zijn dienaren, behandelden hen smadelijk en doodden hen. 7 Toen de koning dat hoorde, werd hij boos. En hij stuurde zijn legers, bracht die moordenaars om en stak hun stad in brand. 8 Toen zei hij tegen zijn dienaren: De bruiloft is wel bereid, maar de genodigden waren het niet waard. 9 Ga daarom naar de kruispunten van de landwegen en nodig er voor de bruiloft zovelen uit als u er maar zult vinden. 10 En die dienaren gingen naar de wegen, verzamelden allen die zij vonden, zowel slechte als goede mensen; en de bruiloftszaal werd gevuld met gasten. 11 Toen de koning naar binnen was gegaan om de gasten te overzien, zag hij daar iemand die niet gekleed was in bruiloftskleding.
12 En hij zei tegen hem: Vriend, hoe bent u hier binnengekomen terwijl u geen bruiloftskleding aan hebt? En hij zweeg. 13 Toen zei de koning tegen de dienaars: Bind hem aan handen en voeten, neem hem mee en werp hem uit in de buitenste duisternis; daar zal gejammer zijn en tandengeknars. 14 Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.

 

Een nadere toelichting vooraf

Hans Roelofsen heeft een nadere toelichting geschreven, die U hieronder kunt lezen.

Downloaden (PDF, 652KB)